HANDIG OM TE WETEN
BEKNOPTE GRAMMATICA
Het Turks behoort tot de Altaïsche talengrope. Vocaalharmonie en aglutinatie kenmerken het Turks. Met agglutinatie wil men zeggen dat en een ontelbaar aantal nieuwe woorden kan worden geproduceerd door aan werkwoordsstammen of aan woorden achtervoegels toe te geven.
1. Wet van de grote vocaalharmonie
Als in de eerste lettergreep van een woord een achterklinkers in de volgende lettergrepen van dat woord ook achterklinkers zijn a, I, u en o zijn achterklinkers.
sa - kiz
ag - lan
ku - yum - cu
als in de eerste lettergreep van een woord een voorklinker voorkomt, dan moeten de klinkers in de volgende lettergreep van dat woord ook voorklinkers zijn. e, i, ü en ö zijn voorklinkers.
bi - let
yük - sek
kö - mür
Beide wetten gelden ook bij uitbreding van woorde met achtervoegsels.
ki - zak - lar
yük - sek - lik
Er zijn ook woorden en achtervoegsels die niet aan de wet van de grote vocaalharmmonie gehoorzamen, biv. hangi, lira, - yor.
2. Wet van de kleine vocaalharmonie
als in de eerste lettergreep van een woord een ongeronde klinker voorkomt, dan moeten de klinkers in de volgende lettergrepen ook ongerond zijn, a, e, I, i zijn ongerond
ki - ta
in - ce
pan - car
Als in de eerste lettergreep van een woord een ronde klinker voorkomt, dan moeten de klinkers in de volgende lettergrepen of gesloten - rond (u, ü) of open - ongerond (a, e) zijn.
ko - yun
gö - nül
kuk - la
tü - tün
Er zijn ook woorden en achtervoesels die niet aan de wet van de kleine vocaalharmonie gehoorzamen, bv. radyo, - yor.
ongerond open~~~~gesloten ~~~~rond open ~~~~gesloten
achter——a———I ————o —————–u
voor ——e———i————–ö—————–ü
3. Het geslacht
Het Nederlands kent mannelijke, vrouwelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden. Voor mannelijke en vrouwelijke woorden gebruikt men het lidwoord “de”en voor onzijdige woorden het lidwoord “het. Het Turks maakt geen grammaticaal onderscheid tussen de geslachten. Het geslacht word weergeveven door middel van een gesclachtsaanduidend woord zoals kadin(vrouw), erkek (man),kiz (meisje) en disi (wijfje, alleen bij dieren). Het gesclachtsaanduidend woord komt voor het zelstandig naamwoord.
kiz arkadas (vriendin)
erkek arkadas(vriend)
Het lidwoord
Het Turks kent geen bepaald lidwoord. Het woord kedi betekent zowel katten (categorieaanduiden) als kat. Het Turks kent wel onbepaalde lidwoord, namelijk bir (een), bv. bir kedi (een kat).
5. Meervoudsvorming
Om van een zelfstandig naamwoord meerboud te kunnen maken gebruikt men de achtervoegsels -ler, of -lar. Deze achtervoegsels gehoorzamen de wet van de grote vocaalharmonie.
arkadas-lar (vrienden)
bilet-ler(kaartjes)
6. Naamvallen
Het Turks kent 6 naamvallen.
- #_____________ de eerste naamval
funtcie :onderwerp===> ben (ik) hava(het weer) cicek (de bloem)
-(n)in ___________ de tweede naamval
functie: aanduiden van de bezitter ===> para (het geld) paranin (van he geld), ev (het huis)evin (van het huis)
- (y)E ___________ de derde naamval
functie : aanduiden van doelgerichte beweging (naar), meewerkend voorwerp(aan). ===> okul (de school) okula ( naar de school) ev (het huis) eve (naar het huis)
_(y)I ____________de vierde naamval
functie: bepaald lijdend voorwerp ===> okul (de school) okulu ( de schhol), deniz (de zee) denizi ( de zee)
_DE ____________ de vijfde naamval
functie : geeft een situatie aan en kan betrekking hebben op plaats en tijd. Correspondeert met Nederlandse voorzetsels op, in, bij, enz. ===> ev (het huis) evde ( in het huis), su ( het water) suda ( in het water)
-DEn_____________ de zesde naamval
functie : aanduiden van herkomst, oorzaak, Correspondeert met de Nederlandse voorzetsel van, vanaf, door, langs, bij en sinds. ===> okul ( de schhol), okuldan (uit de school), tas( steen) tastan (van steen)
7 Aanwijzende voornaamwoorden
Het Turks kent 3 aanwijzende voornaamwoorden:
bu ===> dit, deze (binnen bereik van de spreker)
su ===> dat die ( verwijderd van de spreker)
o ===> dat, die (verwijderd van de spreker)
Aanwijzende voornaamwoorden kunnen ook de meervoudsuitgang en naamvalsuitgang krijgen, in zo’n geval wordt er een “n”tussen het aan enkel - I meervoud
bu___ bunlar _______su _____sunlar _______o ________onlar
bunun____bunlarin____sunun____sunlarin____onun ___onlarin
buna____bunlara______suna____sunlara_____ona___onlara
bunu____bunlari______sunu____sunlari______onu___onlari
bunda___bunlarda____sunda___sunlarda_____onda____onlarda
bundan___bunlardan__sundan___sunlardan___ondan___onlardan
8 Persoonlijke voornaamwoorden
ben____ik ______biz____ wij
sen ____jij_____siz______u, jullie
o______hij,zij,het____onlar____zij
Persoonlijke voornaamwoorden kunnen ook naamvalsuitgangen krijgen.
ben______sen _____o_____biz _____siz______onlar
benim___senin____onun____bizim____sizin___onlarin
bana___sana______ona____bize____size_____onlara
beni____seni______onu____bizi______sizi______onlari
bende___sende____onda___bizde____sizde____onlarda
benden___senden___ondan__bizden__sizden____onlardan
9. Bezitsachtervoegsels
Een bezitsachtervoegsel is geen naamval en kan zelf weer een naamval achter zich krijgen. Een bezitsachtervoegsel geeft aan wie de bezitter is. Hoewel de tweede naamval wel gebruikt wordt als een bezittelijk voornaamwoord is dit niet voldoende. De bezitsachtervoegsels komen direct achter het zelfstandig naamwoord, na een meervoudsuitgang, en voor een naamvalsuitgang.
De bezitachtervoegsels zijn de volgende:
1e pers. enkelvoud____ -(I)m ==> biletim (mijn kaartje)
2e pers. enkelvoud____-(I)n ==> biletin (jouw kaartje)
3e pers. enkelvoud ____-(s)I ==> bileti (zijn/haar kaartje)
1e pers. meervoud _____-(I)MIZ ==> biletmiz (ons kaartje)
2e pers. meervoud______-(I)NIZ ==> biletiniz (uw/jullie kaartje
3e pers. meervoud_______LERI ==> biletleri (hun kaartje)
Er zijn ook talloze mogelijkheden om deze basisvormen te combineren met de diverse vormen van het koppelwerkwoord “zijn. Stam + basisvorm + IDI,IMIS of ISE enz., bv. - (I/E)R+ - ISE + persoonsuitgang type B.
GEL +ir+se+m( als ik kom)
10 Koppelwerkwoord(zijn)
Het koppelwerkwoord “zijn” is geen losse werkwoordsvorm. Het wordt weergegeven door middel van persoonsgebonden achtervoegsels die achter het naamwoordelijk deel van het koppelwerkwoord is imek. De vormen die van imek zijn afgeleid zijn : idi,imis, enz.
Tegenswoordige tijd van het koppelwerkwoord “zijn” wordt weergegeven door middel van de volgende persoonsuitganggen:
-(Y)IM ===> ik ben
-SIN ===> jij bent
-(DIR) ===> zij/hij/het
-(Y)IZ ===> wij zijn
-SINIZ ===> jullie zijn/ u bent
-(DIR)(LER) ===> zij zijn
ben evli-yim ===> ik ben getrouwd
sen hasta-sin ===> jij bent ziek
Verleden tijjd van het koppelwerkwoord “zijn”wordt weergegeven met behulp van (y)dI of het losstaande IdI. Persoonsuitgang type B volgt -(y)dI. of IdI.
Ben evde-ydim —-ben evde idi-m —- ik was thuis.
Siz evde-ydi-niz —-Siz evde idi-niz —- jullie waren thuis
Inferentieel aspect van het koppelwerkwoord “zijn” wordt weergegeven met behulp van -(y)mIs of het losstaande imis. Persoonsuitgang type A volgt-(y)mIs of imis.
Kerem hasta-ymIs —- Kerem hasta imis — Kerem schijnt ziek te zijn
